Van rijststro dat in Egypte wordt verbrand, tot cacaoschillen in Ivoorkust en bermgras in Nederland. Max van den Heuvel kijkt anders naar reststromen. Waar anderen afval zien, ziet hij grondstoffen en nieuwe mogelijkheden. Vanuit Spaak Circular Solutions werkt hij aan circulaire waardeketens. Binnen het Fieldlab Biocomposieten Bouw onderzoekt hij hoe die manier van denken kan bijdragen aan de bouw van morgen.
Dit is het eerste portret in een serie waarin we kennismaken met de ondernemers en organisaties die deelnemen aan het Fieldlab Biocomposieten Bouw. Samen werken zij aan nieuwe biobased composieten en circulaire bouwmaterialen voor een toekomstbestendige bouwsector. In deze eerste aflevering spreken we met Max van den Heuvel van Spaak Circular Solutions.
Als kind wilde Max van den Heuvel uitvinder worden. Een vak waarin je iets bedenkt dat er nog niet is, problemen oplost en vooral niet te veel binnen de gebaande paden blijft. Die nieuwsgierigheid is gebleven. Inmiddels werkt hij bij Spaak Circular Solutions, een Amsterdams bedrijf dat organisaties helpt om reststromen opnieuw waarde te geven en circulaire producten en verdienmodellen te ontwikkelen.
"Onze hoofdactiviteit is het vinden van toepassingen voor organische reststromen om nieuwe producten en grondstoffen te creëren", vertelt hij. "Daarnaast werken we aan het beter benutten van het landelijk gebied, bijvoorbeeld voor klimaatadaptatie en duurzame landbouw. De derde pijler is circulair biobased bouwen. En dan hebben we nog de categorie 'wicked problems': complexe vraagstukken die niet netjes in één hokje passen, maar waar we wel kansen voor innovatie zien. Wij zijn namelijk aanpakkers. We willen iets voor elkaar krijgen."
Die mentaliteit blijkt uit de uiteenlopende projecten waaraan Spaak werkt. In Ivoorkust onderzoekt het bedrijf hoe cacaoschillen, die nu vaak als afval eindigen, kunnen worden verwerkt tot onder meer bodemverbeteraars, harsen en energie. Daarmee ontstaat niet alleen een oplossing voor een afvalprobleem, maar ook een nieuwe hernieuwbare grondstof.

In Egypte werkt Spaak samen met Habitat for Humanity en BENAA Habitat aan een vergelijkbare uitdaging. Na de rijstoogst wordt daar grote hoeveelheden rijststro op het land verbrand, met zware luchtvervuiling tot gevolg. Het project onderzoekt hoe dit restmateriaal gecontroleerd kan worden ingezet voor energieopwekking. De as die daarbij vrijkomt, wordt vervolgens verwerkt in zogenoemde Compressed Earth Blocks voor de bouw van woningen. Door de as toe te voegen aan de bouwblokken worden deze sterker en beter isolerend.
"Zo pak je verschillende problemen tegelijk aan", zegt Max. "Je voorkomt ongecontroleerde verbranding van rijststro, maakt van een restproduct een bruikbare grondstof en verbetert de woningen." Dat laatste is volgens hem minstens zo belangrijk. Betere isolatie helpt bewoners om de hitte beter buiten te houden en verbetert daarmee direct de leefomstandigheden.
De ervaringen die Spaak in het buitenland opdoet, blijken ook in Nederland waardevol. "De kennis die we opdoen in landen als Ghana, Ethiopië, Marokko en Madagaskar kunnen we weer gebruiken voor projecten hier, en andersom." Zo onderzoekt het bedrijf samen met een Nederlandse betonproducent of vergelijkbare as gedeeltelijk cement kan vervangen. Dat is interessant, omdat de productie van cement verantwoordelijk is voor een aanzienlijk deel van de wereldwijde CO₂-uitstoot. Minder cement betekent dus ook minder emissies.
Een ander voorbeeld is grafeen uit afvalplastic. Door een kleine hoeveelheid grafeen aan beton toe te voegen, kan hetzelfde materiaal sterker worden. Daardoor is minder beton nodig voor dezelfde constructie, wat opnieuw leidt tot een lagere milieubelasting.
Ook dichter bij huis ziet Max kansen. Samen met de provincie Zuid-Holland, gemeenten en waterschappen onderzoekt Spaak hoe bermgras kan worden verwerkt tot nieuwe producten, zoals isolatiemateriaal, plaatmateriaal, substraatmatten, organische meststoffen en papier. "De vraag is steeds hetzelfde", legt hij uit. "Welke waarde zit er nog in een materiaal dat we nu als restproduct beschouwen? Daarbij kijken we niet alleen naar milieuvoordelen, maar ook naar de manier waarop waarde ontstaat en wordt verdeeld. Wie profiteert ervan als een reststroom ineens geld waard wordt? En hoe zorg je ervoor dat die opbrengst eerlijk over de keten wordt verdeeld?"
Juist die kennis over waardeketens neemt Spaak mee naar het Fieldlab Biocomposieten Bouw. Daar werken ondernemers, onderzoekers en overheden aan nieuwe biobased composieten die uiteindelijk daadwerkelijk in de bouw toegepast moeten worden.
Volgens Max ligt de kracht van Spaak niet zozeer in het ontwikkelen van één specifiek materiaal, maar in het organiseren van alles wat daarna komt. "De andere ondernemers brengen hun use cases in. Dat kan bijvoorbeeld een dakpan zijn of een thermoplast voor een gevelplaat. Onze expertise zit vooral in het opzetten van de hele waardeketen: van grondstof tot productie op grote schaal. Want een goed materiaal ontwikkelen is één ding. Zorgen dat er voldoende grondstof beschikbaar is, dat de kwaliteit constant blijft, dat grootschalige productie mogelijk wordt én dat er uiteindelijk een markt voor ontstaat, is minstens zo belangrijk."
Daarmee raakt hij direct aan een van de grootste uitdagingen van biobased bouwen: het opschalen van innovaties naar een economisch rendabele praktijk.

Volgens Max ligt de grootste uitdaging voor biobased bouwen niet zozeer in de techniek, maar in de markt. "De grootste hobbel is de prijs. De wereld werkt nu eenmaal zo. Duurzaamheid alleen is niet genoeg. Een product moet concurrerend zijn in prijs, of voor dezelfde prijs een hogere kwaliteit bieden." Dat leidt tot een klassiek kip-en-eiprobleem. Om de prijs te verlagen is schaalvergroting nodig, maar om op grotere schaal te kunnen produceren moet er eerst voldoende vraag zijn. En die vraag ontstaat vaak pas wanneer de prijs concurrerend is.
Naast economische uitdagingen ziet Max nog een fundamenteel verschil tussen biobased en traditionele materialen. De bouwsector is gewend aan grondstoffen met voorspelbare eigenschappen. Staal, beton en glaswol worden onder gecontroleerde omstandigheden geproduceerd en leveren vrijwel altijd dezelfde kwaliteit.
Bij natuurlijke grondstoffen werkt dat anders. "Biobased materialen zijn afhankelijk van de natuur. Verschillende boeren, verschillende oogsten, droogte, natte perioden: het heeft allemaal invloed op de kwaliteit en samenstelling. Niet ieder product is hetzelfde. Terwijl de industrie juist gewend is aan constante kwaliteit. De natuur doet wat ze wil. De vraag is dus hoe we ketens kunnen ontwikkelen die daarmee om kunnen gaan, in plaats van dat wij de natuur in een hokje proberen te stoppen."
Juist daarom is onderzoek binnen het Fieldlab belangrijk. Verschillende materiaalbatches worden met elkaar vergeleken en getest op eigenschappen en prestaties. Ook wordt onderzocht hoe materialen zich in de loop van de tijd gedragen en welke aanpassingen nodig zijn om ze op grotere schaal toe te passen. "Zo'n verandering is niet snel gerealiseerd", zegt Max. "Dat heeft generaties nodig."
Voor Max is het Fieldlab veel meer dan een technische testomgeving. Juist de samenwerking tussen ondernemers, onderzoekers, studenten en overheden maakt het project waardevol. "Het Fieldlab verbreedt onze horizon. De specialisatie binnen zo'n netwerk is ontzettend waardevol. Als je meerdere specialisten aan tafel hebt, weet je met elkaar gewoon veel meer."
Ook studenten van Hogeschool Inholland spelen daarin een belangrijke rol. Zij werken mee aan de ontwikkeling en het testen van nieuwe composieten en vergelijken deze met bestaande plaatmaterialen. Voor Max voelt dat vertrouwd. Zelf studeerde hij nog maar kort geleden af. "Ik ben vooral projectmanager, dus ik zal niet het grootste deel van het werk uitvoeren. Maar ik wil die platen ook gewoon in mijn handen hebben en experimenten doen. Als student had ik dit geweldig gevonden."
Zijn eigen bijdrage ligt vooral aan het begin van de keten: onderzoeken welke lokale reststromen geschikt kunnen zijn als grondstof voor nieuwe biobased composieten. "Welke organische stromen zijn er? Welke vezels? Welke binders? En wat kunnen we daarmee in de verschillende toepassingen? Dat lokale aspect vind ik interessant. Misschien ligt er dichter bij huis wel een grondstof die tot nu toe over het hoofd is gezien."

De eerste kennismaking met de andere deelnemers aan het Fieldlab stemt hem optimistisch. "Het zijn allemaal aanpakkers. Iedereen wil vooruit en resultaat boeken. Niet eerst eindeloze meetings houden. Iedereen is direct. Daar houden wij wel van." Die mentaliteit is volgens Max hard nodig om biobased bouwen verder te brengen. Geen enkele organisatie beschikt alleen over alle kennis die daarvoor nodig is. Innovatie ontstaat door samenwerking tussen ondernemers, onderzoekers, onderwijs en overheid.
"Ik hoop dat we een blijvend ecosysteem creëren waarin we kennis delen, elkaar versterken en nieuwe verbindingen leggen. Dat we vandaag een zaadje planten waarvan de sector de komende jaren de vruchten plukt. Juist in een markt waarin prijsconcurrentie groot is, kan een sterk netwerk het verschil maken. Het woord circulair heeft in dit geval niet alleen betrekking op kringloop van materialen, maar ook op een cirkel van samenwerking, kennis en ondernemerschap."
Dit project wordt medegefinancierd met geld uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).
Werk samen met andere ondernemers, investeerders, onderwijs en overheid aan projecten die de regionale economie versterken. Deze projecten helpen jou als ondernemer bij innoveren, investeren of internationaliseren.
Toen Richard Brandwijk in 2011 Egmond Plastic in Alkmaar overnam, was het bedrijf al actief voor Defensie. In die tijd was dat niet iets waar je hardop over sprak. Maar de tijden zijn veranderd. Defensie staat vol in de schijnwerpers. Tijdens ONHN Strategisch op 30 september vertelt de ceo over zijn ervaringen als toeleverancier voor de grootste werkgever van Nederland.
ONHN sluit zich aan bij het Blue Nexis Programma in Den Helder. Daarmee verbindt ONHN zich aan een regionaal initiatief dat werkt aan de ontwikkeling van een civiel-militaire maritieme campus en aan een sterker ecosysteem voor talent, innovatie en economische groei in Noord-Holland Noord.
Als ondernemer ben je continu bezig met vooruitkijken. Waar ontstaan nieuwe markten? Welke ontwikkelingen raken je bedrijf? En hoe zorg je dat innovatie niet iets voor later blijft, maar vandaag al waarde oplevert? Een onderwerp dat steeds vaker terugkomt in gesprekken met ondernemers, overheden en kennispartners is dual use. Een term die misschien technisch klinkt, maar in de praktijk verrassend dichtbij staat.