De techniek voor de energietransitie ontwikkelt zich snel. Het onderwijs moet mee, maar hoe? Tijdens de bijeenkomst ‘Werken aan waterstof’ bij Vonk in Den Helder gingen zo’n 25 ondernemers en onderwijsprofessionals op zoek naar antwoorden.
Waterstofmachines, elektrolysers en brandstofcellen zijn volop in ontwikkeling. Maar wie moet straks met die nieuwe technologie werken? En hoe zorg je ervoor dat onderwijs en bedrijfsleven elkaar daarin vinden? Die vragen stonden centraal tijdens Werken aan waterstof, een initiatief van Fieldlab Waterstof in Agri, waar Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (ONHN) partner in is.
“De energietransitie gaat vaak over techniek, maar eigenlijk gaat het over mensen,” stelde Jo-Anne Schaaf, practor bij beroepsopleider Vonk. Vanuit haar rol verbindt zij bedrijven in de regio met het onderwijs. Met H2Learn werkt Vonk aan zogenoemde leergemeenschappen waarin studenten en professionals samen leren en werken.
Want de energietransitie brengt nieuwe functies en vaardigheden met zich mee, terwijl de techniek snel verandert. Volgens Schaaf vraagt dat om een andere manier van opleiden: niet alleen leren voor de praktijk, maar leren met en in de praktijk. “Als kennis in bedrijven blijft, hoe kun je jonge mensen dan opleiden tot vakmensen van morgen?”
Beau Broens van New Energy Coalition bracht de Europese praktijk in beeld. Binnen het Hy2Market-project onderzochten 42 mkb-bedrijven in tien Europese regio’s onder meer welke kennis en vaardigheden nodig zijn voor de waterstofeconomie. Een van de vragen was hoe het waterstofonderwijs daarop moet aansluiten.
De uitkomsten laten zien dat het huidige onderwijs nog sterk op basiskennis is gericht. Lesmateriaal is vaak algemeen, er is relatief weinig aandacht voor veiligheid en kennis over waterstof is versnipperd over verschillende opleidingen. Daardoor is er een kloof tussen wat studenten leren en wat bedrijven in de praktijk nodig hebben.
Volgens Broens is meer praktijkgericht leren een belangrijke oplossing. “Leren in de praktijk en van collega’s.” Tegelijkertijd blijft de vraag hoe ver je daarmee moet gaan: is praktijkleren de beste onderwijsvorm, of is het vooral nodig omdat goed, specifiek lesmateriaal nog ontbreekt? Voor Broens is de conclusie duidelijk: onderwijs en bedrijfsleven moeten regionaal nauwer samenwerken. Bedrijven moeten aangeven welke kennis en vaardigheden zij nodig hebben; het onderwijs kan die input vertalen naar opleidingen en lesmodules die studenten voorbereiden op de praktijk.

Hoe die behoefte eruitziet, kwam aan bod in een gesprek onder leiding van Joost Pellis van ONHN met ondernemers Ruud Bakker van Next Generation Machinery (links op de foto) en Pim Sturm van Sturm-Jacobs (midden).
Sturm koos vier jaar geleden bewust voor waterstof voor zijn landbouw- en bouwmachines en sloot aan bij Fieldlab Waterstof in Agri. De ontwikkeling van waterstofmachines ging langzamer dan verwacht, maar inmiddels ziet hij resultaat. “We zijn superblij dat we gekomen zijn waar we nu zijn.”
Bakker begon in 2018 met het idee een tractor op waterstof te ontwikkelen. De technische uitdagingen waren groot. Daarom verschoof de focus naar het gebruik van waterstof in vloeibare vorm: methanol. De volgende stap is een brandstofcel die methanol omzet in elektriciteit. (Lees ook: Champions-league techniek uit Schagen)
Voor het onderwijs ziet Bakker vooral een taak in het leggen van een stevige technische basis. “Ik sta er vrij simpel in. Kijk naar wat er al is en voeg als bedrijf toe wat je zelf nodig hebt.” Volgens hem moeten opleidingen vooral goede technische vakmensen afleveren. Specialistische kennis over bijvoorbeeld brandstofcellen kunnen studenten vervolgens in het bedrijf opdoen.
Sturm ziet vooral bij leveranciers een tekort aan kennis. “Wij zijn eindgebruikers, wij verwachten dat de machines die we kopen het doen.” In de praktijk kan het voorkomen dat bij een leverancier slechts één medewerker is opgeleid voor waterstof. Tegelijkertijd is er weinig prikkel om meer mensen op te leiden zolang er nog maar beperkt waterstofmachines worden verkocht.

Volgens Bakker kunnen learning communities helpen om de afstand tussen onderwijs en bedrijfsleven te verkleinen. Studenten doen praktijkervaring op en bedrijven krijgen nieuwe kennis en ideeën. Wel moeten de verwachtingen realistisch blijven: studenten kunnen niet zomaar complexe technische problemen oplossen.
Schaaf benadrukt dat samenwerking daarom niet altijd groot hoeft te zijn. “Een project kan groot, maar ook klein zijn. Soms kan het gaan om een stukje onderhoud. Dan is het voor een mbo’er al mooi om met een monteur mee te lopen en te leren.”
Ook nieuwe technologie kan jongeren aantrekken. Sturm merkt dat in zijn eigen bedrijf. Door ontwikkelingen als precisielandbouw werken medewerkers steeds meer met gps, taakkaarten en andere technologie. “Er komen nu jonge mensen bij ons die niet alleen trekker willen rijden, maar afkomen op de techniek die erbij komt.”

In twee groepen werkten de deelnemers vervolgens aan de vraag wat onderwijs en bedrijfsleven concreet van elkaar nodig hebben. Een belangrijke uitkomst was het belang van een deskundig team binnen een bedrijf, waar studenten vervolgens praktijkervaring kunnen opdoen. Ook korte lijnen tussen onderwijs en ondernemers zijn belangrijk.
Daarnaast kwam onderwijs in modules aan bod. Daarmee kunnen opleidingen sneller inspelen op nieuwe ontwikkelingen en kennis aanbieden die op meerdere plekken toepasbaar is. De praktijk kan vervolgens helpen om die kennis tot leven te brengen.
De gesprekken maakten vooral duidelijk dat de energietransitie niet alleen nieuwe technologie met zich meebrengt, maar ook vragen oproept over kennis, vaardigheden en de manier waarop mensen worden opgeleid. Door ervaringen uit de praktijk te delen en elkaar vroeg te betrekken, kunnen onderwijs en bedrijfsleven beter op deze veranderingen inspelen. De bijeenkomst bij Vonk vormde daarmee een moment om ervaringen uit te wisselen en samen verder te kijken naar de rol van leren in de energietransitie.
Fieldlab Waterstof in Agri wordt mede gefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, Kansen voor West en Rabobank.
Werk samen met andere ondernemers, investeerders, onderwijs en overheid aan projecten die de regionale economie versterken. Deze projecten helpen jou als ondernemer bij innoveren, investeren of internationaliseren.
Elektrische vrachtwagens zijn allang geen toekomstmuziek meer. Bij SVZ Transport in Zwaag maken ze inmiddels serieus onderdeel uit van de bedrijfsvoering. Sterker nog: ze zijn de toekomst. Toch zit juist daar een nieuwe uitdaging: de vrachtwagens zijn beschikbaar, maar voldoende stroom om ze te laden is niet vanzelfsprekend. “De groei van onze elektrische vloot wordt enorm geremd door netcongestie”, vertelt manager verduurzaming Michel Cornelis. Tijdens het Energiecafé NH op 1 oktober laat SVZ zien hoe het bedrijf daarmee omgaat – en waarom samenwerken steeds belangrijker wordt.
Hoe kom je aan goed personeel? Zeker in een regio als Noord-Holland Noord is dat een uitdaging. De regio heeft te maken met bovengemiddelde vergrijzing en concurrentie om talent vanuit de Randstad. Tegelijkertijd vissen bedrijven binnen de regio soms in dezelfde vijver. Volgens Barry Tempelaar, directeur van e-commerce dienstverlener Bluedesk uit Alkmaar, ligt daar juist een kans: werk samen, ook als je concurrent bent.
Wat als de stroom uitvalt? Niet vijf minuten, maar drie uur. Of een hele dag. Kun je dan nog produceren, klanten bereiken of bestellingen verwerken? En weet je eigenlijk wie je nodig hebt om weer verder te kunnen? Tijdens het Miljoenenontbijt op 16 september laat trainer Yuri Pelser in een Break Out sessie van Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord zien waarom het loont om daar nú al eens over na te denken.